Start MSC puls


26-3

Start MSC traject voor de pulsvisserij op tong en schol


Emmeloord, 26 maart 2015 - 
De Coöperatieve Visserij Organisatie (CVO) start op 26 maart 2015 een MSC traject (Marine Stewardship Council) voor de pulsvisserij op tong en schol. De CVO hecht er waarde aan de pulsvisserij te laten beoordelen binnen het sterke en onafhankelijke certificeringsprogramma van MSC, net zoals is gebeurd voor haar reeds gecertificeerde twinrig- en flyshootvisserij. Met het starten van dit traject is de CVO ervan overtuigd een grote stap voorwaarts te zetten in de verdere verduurzaming van de Nederlandse aanvoersector.

Binnen het MSC traject zullen alle bij de CVO aangesloten Nederlandse pulsvissers participeren; dit zijn 84 schepen onder Nederlandse en 8 schepen onder Duitse en Engelse vlag. Binnen een periode van 12 tot 18 maanden wordt door een onafhankelijk beoordelingsteam (Acoura Marine, voorheen bekend als Food Certification International) alle informatie over de pulsvisserij verzameld die nodig is om een oordeel te geven over de volgende drie onderwerpen: 1) de gezondheid van de visbestanden tong en schol, 2) de impact van het vistuig op het mariene ecosysteem en 3) het management van de visserij. “De pulsvisserij brengt een hoop ecologische voordelen en we hebben daarom vertrouwen in een positieve uitkomst van de MSC beoordeling. Als blijkt dat op bepaalde punten extra inzet kan worden gepleegd, zal CVO dat samen met haar pulsvissers oppakken.”, aldus Mark Goedhart, voorzitter van de CVO. Het proces verloopt geheel transparant en stakeholders kunnen hun interesse kenbaar maken om hieraan bij te dragen.

De pulstechniek is een relatief nieuwe vorm van visserij waarbij korte tijd een beperkt elektrisch veld op de zeebodem wordt opgewekt, om platvis zoals tong en schol uit de bodem op te schrikken. Deze techniek kenmerkt zich door een lagere impact op het bodemleven, minder discards en een lager brandstofverbruik dan de traditionele boomkorvisserij. Dit blijkt ook uit het onderzoek dat de afgelopen jaren is uitgevoerd naar de effecten van het vistuig, en waarbij de sector heeft samengewerkt met onderzoeksinstituten IMARES, het LEI en het Belgische ILVO. De resultaten van deze onderzoeken zijn terug te vinden op de website www.pulsefishing.eu. Naast de reeds beschikbare kennis wordt er op dit moment een grootschalig onderzoeksprogramma uitgewerkt, waarin de nadruk ligt op het inzichtelijk maken van de (ecologische) impact van een volledige transitie naar de pulskor.

Elektrisch vissen is vanuit de EU vooralsnog niet toegestaan (verordening Nr. 850-98), maar vanwege de positieve onderzoeksresultaten van de afgelopen jaren worden hier sinds 2007 ontheffingen op verleend. Deze ontheffingen worden grotendeels gebruikt voor de visserij op platvis en op beperkte schaal voor garnalen. De garnalenpuls valt buiten deze MSC beoordeling.

Reeds in 2011 heeft de CVO pulsvisserij een vertrouwelijke beoordeling doorlopen tegen MSC standaard 1.3, om inzichtelijk te maken op welke punten extra informatie en inzet nodig was. De verdere voorbereidingen op het doorlopen van een volledige MSC beoordeling zijn gebaseerd geweest op de resultaten van deze vertrouwelijke beoordeling. CVO heeft er voor gekozen deze lijn voort te zetten en de pulsvisserij te laten beoordelen volgens dezelfde standaard (versie 1.3). Op 1 april 2015 wordt versie 2.0 van de MSC standaard voor alle nieuwe visserijen van kracht. De CVO pulsvisserij zal, indien het certificaat wordt behaald, volgens de regels van MSC vanzelf in de nieuwe standaard mee gaan draaien.

Meer informatie:

Informatie over MSC twinrig in 2015


3-2

Eind januari is er een brief verstuurd naar alle deelnemers van het MSC twinrig, outrig en flyshoot certificaat met de informatie over 2015. Hier de belangrijkste informatie nogmaals op een rijtje:

  • Het basisbedrag voor deelname in 2015 bedraagt €250,- (excl. BTW). De facturen voor deze bedragen zullen half maart 2015 aan u worden verzonden.
  • Heffing voor 2015 bedraagt €0,01 per kg schol verkocht als MSC. Voor schol die aangeland is als MSC, maar niet is verkocht is als MSC geldt de heffing niet.
  • De heffing wordt ingehouden vanaf 1 januari 2015. Halverwege 2015 wordt bekeken of de heffing eventueel kan worden bijgesteld.
  • De heffing van €0,01 is inclusief 21% BTW, dus u kunt hier BTW over terug vragen. In 2015 zult per kwartaal een BTW-factuur van de CVO ontvangen.
  • De toeslag (voor de handel) van €0,10 per kg schol verkocht als MSC blijft gehandhaafd.
  • Indien u niet meer wenst deel te nemen aan het MSC certificaat voor twinrig, outrig en flyshoot in 2015 kunt u dit schriftelijk doorgeven tot uiterlijk 23 februari 2015 op het volgende adres: Coöperatieve Visserij Organisatie, t.a.v MSC twinrig, Postbus 64, 8300 AB Emmeloord
  • Er wordt geen opzegtermijn in acht genomen. Opzeggen voor 23 februari 2015 betekent dat u geen deelnemer meer bent na 23 februari 2015. Na deze datum kunt u geen MSC schol meer verkopen onder het certificaat van de CVO en zal er ook geen heffing meer worden ingehouden.

 

De volledige brief kunt u hier nalezen.

Onderzoek aantonen overleving van start op GO31


28-11

28-11-2014

Met de nieuwe EU aanlandplicht wordt internationaal de verplichting opgelegd dat een deel van de ondermaatse vis aan land moet worden gebracht. Een mogelijke uitzondering hierop zijn de soorten die -wetenschappelijk bewezen- een hoge overlevingskans hebben, nadat ze in zee zijn teruggegooid. Deze overlevingskansen moeten per soort en per visserijtechniek worden bepaald en kunnen worden opgenomen in het discardsplan, welke door de lidstaten rondom de Noordzee moet worden vastgesteld. Wat er onder een hoge overlevingskans wordt verstaan is nog niet bepaald.

In het verleden is al onderzoek gedaan naar de overleving van bijvangsten. Echter, de toen gebruikte methode is inmiddels verouderd, en de resultaten zijn daardoor niet meer representatief voor de huidige visserij. Halverwege 2014 is de CVO daarom begonnen met twee belangrijke projecten betreffende onderzoek naar de overleving van discards en het verbeteren van die overleving. Deze projecten worden ondersteund door het Europees Visserijfonds: Investeren in een duurzame visserij.

In project één wordt feitelijk onderzoek gedaan naar de overleving van discards zoals die nu is bij de verschillende vistechnieken en visgebieden. In project twee wordt gezocht naar aanpassingen in de verwerkingslijn die kunnen leiden tot een verdere verbetering in de overleving van discards.

De afgelopen maanden is er hard gewerkt door de verschillende projectpartners om de experimentele onderzoekreizen op zee tot in detail voor te bereiden. De eerste grote uitdaging hierbij was om een onderzoekaanpak vast te stellen, die wetenschappelijk verantwoord, internationaal afgestemd en praktisch toepasbaar is. Overlevingsonderzoek wordt niet alleen in Nederland uitgevoerd, maar ook andere landen zijn hier mee aan de slag gegaan. Wetenschappers hebben daarom het initiatief genomen om internationale richtlijnen op te zetten voor het doen van deze experimenten. Hierdoor kunnen resultaten tussen de verschillende landen en visserijen beter met elkaar worden vergeleken én zal er geen discussie achteraf meer plaatsvinden over de juistheid van het protocol. De komende week wordt in Kopenhagen daarover bij ICES verder overlegd. Vanuit Nederland zijn een aantal onderzoekers van Imares en Inger Wilms van de CVO daarbij aanwezig.

In het project is gekozen om gebruik te maken van een combinatie van twee methoden van meten van overleving. Daarbij kunnen we hopelijk in de nabije toekomst een groot aantal vissen doormeten. Enerzijds worden de discards na de vangst aan boord gehouden in een opvanginstallatie met waterbakken, waarbij sterfte wordt bekeken over een periode lang genoeg om een wetenschappelijk verantwoorde uitspraak te doen over overleving. De vissen worden in eerste instantie aan boord gemonitord en aan het einde van de visreis overgebracht naar IMARES te Yerseke. Hier wordt de overleving nog langer bijgehouden in het laboratorium. Anderzijds wordt er ook gekeken naar de reflexen en vitaliteit van de vis direct na de vangst. Het doel hier van is om de aan- of afwezigheid van reflexen te relateren aan sterfte, zodat we op termijn ook gegevens over sterfte kunnen verkrijgen door alleen reflexen te testen. Dit gaat snel en vraagt geen opslagruimte voor levende vis aan boord.

Naast het opzetten van een goede onderzoeksmethode, is er veel aandacht besteed aan het bouwen van een wetenschappelijk verantwoorde opvanginstallatie voor levende vis. Deze opvanginstallatie dient er voor om de discards na de vangst in te bewaren aan boord en te monitoren. In nauwe samenwerking met IMARES en ILVO is door Maaskant Shipyards een opvanginstallatie ontworpen die zo goed mogelijk de natuurlijke omgeving van de vis nabootst, maar vooral ook praktisch hanteerbaar is. In het ontwerp wordt de watertoevoer voor iedere bak apart verzorgd en hebben de bakken een kleur gekregen die vis geen onnodige stress geef. De bakken zijn geplaatst in een soort laden die onafhankelijk van elkaar kunnen worden bekeken zodat de vis niet onnodig wordt gestoord. Tevens is gedacht aan geluids- en temperatuurisolatie en zijn de afmetingen geoptimaliseerd met het oog op plaatsing onder de bak van een schip. De opstelling is uitvoerig getest in het laboratorium van IMARES met kweektong en gevangen tong, schol en schar. Deze bleven goed in leven.

Om eventuele effecten van het houden van de vis in de proefsopstelling in kaart te brengen, moeten we tijdens het onderzoek ook gebruik maken van controle-vis. Dit is een gangbare internationaal erkende werkwijze en deze vis moet gezonde, ondermaatse vis zijn, die enkele weken eerder is gevangen en levend aan land is gebracht. Na monitoring in het lab op eventuele sterfte, wordt de gezonde vis vervolgens meegenomen tijdens een onderzoekreis aan boord. Wanneer er sterfte in de controle vis wordt aangetroffen tijdens het onderzoek, kan dat te wijten zijn aan de opvang of de werkwijzen. Hiermee kunnen we de sterfte in de vis discards in het juiste perspectief zetten. De controlevis is een aantal weken eerder gevangen door de OD2 met korte trekken en liet een goede overleving zien.

Afgelopen week zijn waarnemers van IMARES voor het eerst mee geweest op de GO31 om het protocol en de proefopstelling te testen. Om vis individueel te kunnen volgen zijn er kleine merken (zgn. ‘pit tags’) onderhuids geplaatst, met een nummer dat kan worden uitgelezen en opgeslagen. Het individueel merken van de vis maakt het mogelijk om de vis dan toch te kunnen onderscheiden. Volgende week zal de overleving verder worden gevolgd en gekeken hoe deze in de tijd verloopt. De resultaten zullen over een aantal weken beschikbaar komen en zullen iets zeggen over de overleving van vis in die specifieke week en vangsttechniek.

De komende tijd zullen we meerdere onderzoekreizen gaan uitvoeren, zodat we een goed beeld krijgen van de overleving van discards van tong, schol en schar in verschillende perioden bij diverse vangst- en verwerkingstechnieken. Naar aanleiding van de testen in de eerste onderzoekweek zullen waarschijnlijk het protocol en de opvanginstallatie nog verder bijgesteld worden.

Volgens een van de opvarenden zijn de eerste indrukken met de nieuwe werkwijze positief. ‘Het viel niet tegen, maar in de werkwijze aan boord valt nog veel te verbeteren om de overlevingskansen te vergroten’, aldus de opvarende.

FAQ aanlandplicht


25-11

Naar aanleiding van de de bijeenkomsten over de aanlandplicht (24 oktober Stellendam, 25 oktober Urk) is er een FAQ gepubliceerd met antwoorden op veelgestelde vragen over de aanlandplicht. Deze kunt u openen via onderstaande link. Mocht uw vraag er niet bij staan dan kunt u contact opnemen met de Coöperatieve Visserij Organisatie (tel. 0527-698151, mail info@cvo-visserij.nl, per post: postbus 64, 8300 AB Emmeloord).

Veelgestelde vragen Aanlandplicht (versie 25-11-2014)

Nieuwe MSC standaard gelanceerd


10-10

De Marine Stewardship Council (MSC) heeft haar  standaard voor duurzame visserij geactualiseerd en gepubliceerd.

Versie 2.0 van de Certificeringseisen voor Visserijen weerspiegelt de meest recente wetenschappelijke kennis op het gebied van visserij en beheer. Deze standaard is in de afgelopen twee jaar ontwikkeld na veelvuldig overleg tussen de deskundigen uit de visserijsector zelf, wetenschappers, ngo’s en het uitgebreide netwerk van partners van MSC. De expertise van ruim 70 belanghebbenden uit de hele wereld is verwerkt in de nieuwe standaard.

Voor een aantal belangrijke kwesties wordt de lat hoger gelegd in de geactualiseerde standaard. Bijvoorbeeld over hoe er met bijvangst, kwetsbare mariene ecosystemen en gedwongen arbeid wordt omgegaan. De nieuwe standaard garandeert dat de visserijen die volgens de MSC-standaard zijn gecertificeerd, steeds volgens de meest actuele praktijkrichtlijnen werken om zo te waarborgen dat de visbestanden en het levensonderhoud voor de komende generaties worden veiliggesteld.

Certificeerders hebben nu zes maanden de tijd om de standaard te bestuderen en te implementeren. Vanaf 1 april 2015 zal iedere visserij die opgaat voor een MSC-beoordeling, worden beoordeeld op basis van de nieuwe standaard. Visserijen die reeds gecertificeerd zijn volgens de MSC-standaard moeten met ingang van 1 oktober 2017 de nieuwe standaard toepassen bij hun eerstvolgende herbeoordeling.

Voor de Coöperatieve Visserij Organisatie betekent dit dat het MSC certificaat voor twinrig, outrig en flyshoot bij de eerstvolgende hercertifcering (2016/2017) volgens de nieuwe MSC standaard zal verlopen. Het aanstaande MSC-traject voor de pulsvisserij zal waarschijnlijk starten vóór 1 april 2015 en daarmee nog onder de huidige MSC standaard vallen.

Heffing op tong voor MSC puls


28-7

Binnenkort zal er worden gestart met een MSC traject voor de pulskor op platvis. Om dit traject te financieren zal er zoveel mogelijk worden gezocht naar externe financiering. Het deel dat door sector zelf betaald wordt, zal worden opgebracht door het instellen van een heffing van € 0,01/kg op alle aangelande tong vanaf 1 augustus 2014. Tong aangeland door de staand want visserij is hier van uitgezonderd. De heffing wordt ingesteld door de Coöperatieve Visserij Organisatie (CVO), uit naam van alle aangesloten kotter PO’s. De afslagen zijn hiervan op de hoogte gesteld. De verwachting is dat het MSC traject voor puls dit najaar officieel zal starten. Pulsvissers die hier een actieve rol in willen spelen, kunnen dit aangeven bij hun organisatie.

Noordzee enquête


7-7

De Noordzee enquête is een vragenlijst welke ingaat op de ervaringen van vissers over de toestand van visbestanden in de Noordzee. In 2014 wordt dit onderzoek al voor de twaalfde keer gehouden, onder Noordzeevissers uit Nederland, België, Denemarken, Engeland en Schotland. Deze enquête is er op gericht de waardevolle praktijkkennis van vissers te bundelen en analyseren en te gebruiken voor diverse belangrijke doeleinden, zoals internationaal onderzoek naar visbestanden.

In de vragenlijst vragen we u een oordeel te geven over de toestand van acht belangrijke vissoorten in de Noordzee in de periode januari t/m juni 2014, in vergelijking met de situatie in dezelfde periode vorig jaar. De vragen moeten beantwoord worden op basis van vangsten en niet op basis van aanlandingen. In de vragenlijst vindt u de precieze uitleg over hoe u deze kunt invullen. Voor Nederland coördineert de CVO de verzameling van de gegevens.  

Alle antwoorden worden volledig anoniem verwerkt in een computerprogramma, samen met de gegevens uit de andere landen. De resultaten van de enquête worden verwerkt in een rapport en ingebracht bij de werkgroep van ICES die de toestandsbeoordelingen maakt.

U krijgt de enquête thuis gestuurd in week 28. Wij vragen u vriendelijk de vragenlijst in te vullen en uiterlijk 16 augustus 2014 terug te sturen in de bijgevoegde antwoordenvelop (postzegel is niet nodig). Als u vragen of opmerkingen heeft, of als u geen enquête thuis gestuurd heeft gekregen, kunt u contact opnemen met Inger Wilms van de CVO (iwilms@cvo-visserij.nl).

Meer informatie:

- Website North Sea Stock Survey  (Engelstalig)
Het rapport over 2012 (Engelstalig)
- informatiefolder Noordzee enquête 2014:

Voorkant folder

Start deelname FOS kreeftjes


24-6

De Coöperatieve Visserij Organisatie (CVO) heeft het ‘Friend of the Sea’ certificaat behaald voor de visserij op Noorse kreeft. Het ‘Friend of the Sea’ certificaat (ook wel FOS genoemd) is een internationaal certificaat op het gebied van duurzame visserij en aquacultuur. FOS bevat voor visserij voornamelijk criteria op het gebied van het visbestand, de impact op het ecosysteem, selectiviteit van de visserij, de mate waarin de visserij voldoet aan wet- en regelgeving, management (visserij, afval en energie) en sociale aspecten. Een onafhankelijke certificerende instantie heeft bekeken hoe de kreeftenvisserij scoort ten opzichte van al deze criteria. De positieve totaalscore heeft uiteindelijk bepaald dat de CVO het certificaat toegekend heeft gekregen voor de aangesloten kreeftenvissers.

Het certificaat geldt alleen voor Noorse kreeft, gevangen in ICES gebied IVa en IVb.  Alle kreeftenvissers die lid zijn van een Nederlandse PO (aangesloten bij de CVO) kunnen vanaf nu kosteloos deelnemen aan het FOS certificaat. Lees hier verder hoe u kunt deelnemen. FOS Noorse kreeft is het tweede FOS certificaat voor de CVO, zie ook FOS staand want.

Deelname FOS staand want kosteloos


27-5

Medio 2013 heeft de Coöperatieve Visserij Organisatie (CVO) het ‘Friend of the Sea’ certificaat behaald voor de staand want visserij. Het certificaat geldt specifiek voor tong, tarbot, griet, schar en kabeljauw, gevangen in ICES gebied IVa en IVb.

Het ‘Friend of the Sea’ certificaat (ook wel FOS genoemd) is een internationaal certificaat op het gebied van duurzame visserij en aquacultuur. FOS bevat voor visserij voornamelijk criteria op het gebied van het visbestand, de impact op het ecosysteem, selectiviteit van de visserij, de mate waarin de visserij voldoet aan wet- en regelgeving, management (visserij, afval en energie) en sociale aspecten. Een onafhankelijke certificerende instantie heeft bekeken hoe de CVO staand want visserij scoort ten opzichte van al deze criteria. De positieve totaalscore heeft uiteindelijk bepaald dat de CVO het certificaat toegekend heeft gekregen voor de aangesloten staand want vissers.

Alle staand want vissers die lid zijn van een Nederlandse PO (aangesloten bij de CVO) kunnen vanaf nu kosteloos deelnemen aan het FOS certificaat. Lees hier verder hoe u kunt deelnemen.

 

 

Stand van zaken Certificaat Verantwoordelijk vissen (CVV)


17-4

Donderdag 17 april 2014. Vanwege de afbouw van het Productschap Vis, is de coördinerende rol met betrekking tot het Certificaat Verantwoordelijk Vissen overgenomen door de CVO. Op dit moment is de CVO, in samenwerking met Jan van Sark (Moody), bezig de CVV-map aan te passen en de invulformulieren te digitaliseren. Daarnaast heeft Jan van Sark aangegeven dat de kosten voor de audits naar beneden zullen gaan. Voor vrijwel alle schepen is de certificeringsperiode van 3 jaar voorbij; dat betekent dat er een audit plaats moet vinden om het CVV certificaat te hernieuwen. Jan van Sark neemt hiervoor binnenkort contact op met alle CVV schepen. Het certificaat blijft geldig totdat er een nieuwe audit plaats heeft gevonden.

Het Certificaat Verantwoordelijk Vissen wordt uitgereikt aan schepen die kunnen laten zien dat ze  voldoen aan alle wettelijke verplichtingen voor een verantwoorde visserij. CVV is vergelijkbaar met het Engelse Responsible Fishing Scheme en de Nederlandse vloot heeft nu zo’n 55 gecertificeerde schepen.