Rapport economische impact aanlandplicht


7-4

De Coöperatieve Visserij Organisatie (CVO) laat de impact van de aanlandplicht op de economische resultaten van de Nederlandse visserijvloot zien. De kosten kunnen daarbij oplopen tot boven de 25 miljoen euro per jaar. Dat blijkt uit het eindrapport van de CVO, Verkenning economische impact aanlandplicht op Nederlandse kottervloot, dat eind maart werd gepresenteerd. In dit rapport is onderzocht wat de kosten per jaar zijn om de maatregel door te voeren.

Doelstelling

De economische impact van de aanlandplicht is verkend door Flynth adviseurs en accountants BV en LEI Wageningen UR binnen het project ‘Best Practice’ van de CVO. Hierbij zijn ook de integrale effecten doorgerekend van zes innovatieve projecten die de CVO in 2014 is gestart om de aanlandplicht zo veel mogelijk uitvoerbaar, naleefbaar en handhaafbaar te maken. Aan de hand van scenario’s wordt inzichtelijk gemaakt hoe omgegaan kan worden met het extra werk aan boord als gevolg van de implementatie van deze maatregel. Ook de verwerking aan wal wordt hierbij beschreven.

Hoge kosten

De kosten voor het implementeren van de maatregel aanlandplicht is voor de puls- en langoustinevisserij tussen de 23 en de 27 miljoen euro per jaar. Deze hoge kosten hebben een negatieve werking op de visserijsector. Als er geen aanpassingen of uitzonderingen worden gemaakt dan gaat dit ten koste van de innovatieprojecten wat er juist voor zorgt om selectiever te gaan vissen.

Lees hier het rapport.

Verloop site visit MSC garnalen


10-3

Afgelopen week heeft de site visit voor MSC garnalen plaatsgevonden. Tijdens de site visit vinden er gesprekken plaats tussen het onafhankelijk beoordelingsteam en verschillende belanghebbende partijen. De Coöperatieve Visserij Organisatie (CVO), opdrachtgever, werd  vertegenwoordigd door Paulien Prent (projectleider) en  CVO voorzitter Johan Nooitgedagt. De informatie die tijdens de site visit met het beoordelingsteam wordt gedeeld wordt later door het team gebruikt om de visserij volgens de MSC standaard te beoordelen.

Wetenschappelijke onderbouwing

MSC is een ‘evidence based’ systeem. Dat wil zeggen dat de beweringen die tijdens de site visit gedaan worden wetenschappelijk onderbouwd moeten zijn. Alle beweringen die niet gebaseerd zijn op feiten, worden niet meegenomen in de beoordeling. Met het starten en doorlopen van dit MSC traject is de CVO ervan overtuigd een grote stap voorwaarts te zetten in de verdere verduurzaming van de garnalenvisserij.

Management

Om in aanmerking te komen voor een MSC certificaat is het noodzakelijk om een beheerplan te hebben voor de garnalenvisserij. Aangezien er Europees geen beheer plaatsvindt zijn de Nederlandse, Duitse en Deense aanvoer sectoren een samenwerkingsverband gestart. Samen vertegenwoordigen deze drie landen zo’n 400 garnalen vissers die zich aan het beheerplan houden.

De site visit in het kort

Maandag heeft het beoordelingsteam met wetenschappers van IMARES, de handel en verwerkingsindustrie, het ministerie van Economische Zaken en milieu organisaties gesproken. Tijdens deze gesprekken werd het beoordelingsteam meteen duidelijk gemaakt dat de Crangon crangon een bijzondere soort is waarop de conventionele manier van management niet toepasselijk is (d.w.z. op basis van bestandsschattingen). Ook werd er gesproken over beschermde gebieden (Natura 2000, VIBEG, etc.) en de manier waarop de beschermingswetgeving geïmplementeerd en nagevolgd wordt. De middag werd afgrond met de bijeenkomst van de milieuorganisaties in Utrecht.

Dinsdag werd een bezoek gebracht aan de haven van Den Oever. Een aantal garnalenvissers hebben tijdens dit bezoek hun verhaal verteld. Tevens werd er uitleg gegeven over hoe het proces van het garnalenvissen aan boord verloopt en kreeg het beoordelingsteam een rondleiding op de visafslag waarbij de sorteerlijn werd gepresenteerd. Na de lunch heeft het team zich verplaatst naar Büsum in Duitsland om daar de overige belanghebbende partijen te ontmoeten.

Woensdagochtend stond in het teken van de Duitse en Deense garnalenvisserij. Ook hier werd een uitleg gegeven aan boord en op de afslag waarna de onafhankelijke controleur een voorbeeld controle uitvoerde. In de middag vond het gesprek plaats met de Duitse milieu organisaties.

Donderdagochtend was het woord aan de Duitse wetenschappers van de Universiteit van Hamburg en het Thünen instituut. Zij gaven onder andere toelichting op het model dat zij in opdracht van de CVO hebben gemaakt en op de manier waarop de Harvest Control Rule (HCR) is opgezet. Daarna kwam wederom de handel aan bod om uitleg te geven over het belang van het verkrijgen van een MSC certificaat voor de garnalenvisserij. Na de handel was het woord aan een laatste wetenschapper waarna er een begin werd gemaakt met de zogenoemde ‘clientmeeting’. De klant, d.w.z. de CVO (NL), MSC-GbR (DE) en de DFPO (DK) kreeg hierbij de kans om toelichting te geven op zaken die gedurende de rest van de week naar voren kwamen.

Op vrijdag werd de ‘clientmeeting’ voortgezet, waarbij met name het management (zowel EU, nationaal als sector breed)werd besproken.

Na afloop van de ‘clientmeeting’ sprak het beoordelingsteam hun bewondering uit over het feit dat er binnen een jaar zoveel is bereikt, en dat de aanvoersector het voor elkaar heeft gekregen om ongeveer 400 garnalenvissers bij dit proces te betrekken.

Met deze opmerking kwam de site visit tot een eind. Het beoordelingsteam zal gedurende de aankomende maanden druk zijn met het toekennen van scores en de uiteindelijke beoordeling van de visserij.

 

Informatiebijeenkomsten aanlandplicht


12-11

Per 1 januari 2016 wordt de aanlandplicht voor de Nederlandse demersale visserij stapsgewijs ingevoerd. Om u als kottervisser te informeren over deze aanlandplicht en de bijbehorende gevolgen voor uw visserijbedrijf heeft de Coöperatieve Visserij Organisatie het initiatief genomen om een drietal informatiebijeenkomsten te houden. Deze informatiebijeenkomsten worden georganiseerd in samenwerking met het Ministerie van Economische Zaken.

Programma

Het programma bestaat uit een presentatie van het Ministerie van Economische Zaken gericht op de consequenties van de aanlandplicht voor uw visserijbedrijf waarbij speciale aandacht uitgaat naar de veranderingen voor de visserijsector per 1 januari 2016. Daarna zal de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) een presentatie geven over de registratie aan boord en de regelgeving met betrekking tot vis die wordt bestemd voor niet-menselijke consumptie. Na de presentaties is er gelegenheid om vragen te stellen aan het Ministerie van Economische Zaken en de NWVA.

Locaties, data en tijdstippen

  • Vrijdag 27 november 2015 te Stellendam (UFA, Meester Snijderweg 5). Programma van 15:00 tot 17:00 uur, inloop 14:30 uur.
  • Zaterdag 28 november 2015 te Urk (Visveiling Urk, Westwal 2). Programma van 10:00 tot 12:00 uur, inloop 09:30 uur.
  • Vrijdag 4 december 2015 te Den Helder (Visafslag Hollands Noorden, Het Nieuwe Diep 27b). Programma van 15:00 tot 17:00 uur, inloop 14:30 uur

 

Namens de (dag)voorzitter Johan Nooitgedagt en de organisatoren nodigen wij u graag uit om bij één van de bijeenkomsten aanwezig te zijn. Voor meer informatie over de informatiebijeenkomsten kunt u terecht bij Durk van Tuinen (06 – 42408572, dwvantuinen@vissersbond.nl) en Jurgen Batsleer (06-12893684, jbatsleer@visned.nl ), de organisatoren van de informatiebijeenkomsten.

Noordzee enquête 2015


26-7

U vindt hem eind juli weer op de deurmat: de Noordzee enquête 2015! 

De Noordzee enquête is een internationale vragenlijst welke ingaat op de ervaringen van vissers over de toestand van visbestanden in de Noordzee. Het doel van de enquête is om de waardevolle praktijkkennis van vissers te bundelen, zodat deze gebruikt kan worden in bijvoorbeeld nationaal en internationaal beleid. In 2015 wordt dit onderzoek al voor de dertiende keer gehouden, onder Noordzeevissers uit Nederland, België, Denemarken, Engeland en Schotland. De acht vissoorten die jaarlijks onderdeel zijn van deze enquête betreffen kabeljauw, schelvis, wijting, koolvis, zeeduivel, Noorse kreeft, tong en schol.

ICES stelt jaarlijks adviezen op over de visbestanden in de Noordzee. Deze adviezen zijn belangrijk voor het vaststellen van de TAC en quota voor het volgende jaar. Door het meedoen aan de Noordzee enquête, komt er naast de wetenschappelijke modellen ook informatie beschikbaar vanuit de praktijk. En dat is belangrijk, omdat de beleving over deze onderwerpen erg kan verschillen tussen vissers, beleidsmakers en wetenschappers.

 Door mee te doen aan de enquête, kunnen we anderen inzicht geven in uw kennis over de Noordzee en uw kant van het verhaal vertellen over belangrijke onderwerpen als de visbestanden en uw economische omstandigheden. Genoeg reden om mee te doen dus!

Rapporten van vorige jaren kunt u vinden op www.nsss.eu 

Noordzee enquete 2015

Site-visit MSC puls


10-7

Op 26 maart 2015 is de CVO een MSC traject gestart voor de pulsvisserij. Een belangrijk onderdeel van het MSC traject is de zogeheten site-visit,  waarbij de certificeerder op bezoek komt om informatie over de visserij te verzamelen. Deze informatie wordt verzameld door het voeren van gesprekken met allerlei belanghebbenden die iets te maken hebben met de pulsvisserij. De informatie wordt vervolgens langs de criteria van MSC gelegd om te bekijken of MSC kan worden behaald. De MSC standaard is gebaseerd op drie principes; (1) status van het bestand, (2) impact van de visserij en (3) management van de visserij. 

De site-visit van MSC puls heeft plaatsgevonden van 29-6-2015 t/m 3-7-2015 in IJmuiden. Het assessment team heeft meerdere malen aangegeven terug te kunnen kijken op een goede en goed georganiseerde week. Het assessment team heeft een bezoek gebracht aan de OD1, gesprekken gevoerd met CVO, beide puls-leveranciers, de NVWA, ministerie van Economische Zaken, ILVO, IMARES, LEI en de maatschappelijke organisaties. Ook zijn ze aanwezig geweest bij de internationale workshop over puls op donderdag 2-7-2015 en hebben ze een bezoek gebracht aan de afslag in Den Helder op vrijdagochtend.

Naar alle waarschijnlijkheid zal de pulsvisserij op principe 1 (bestand) en principe 3 (management) voldoende scoren om MSC te kunnen behalen. Wel zal er dan op principe 3 een conditie komen voor het opzetten van een goede controle & handhaving voor de pulsvisserij. Dat is een goede zaak, omdat dit al langere tijd een wens is van alle betrokken partijen, inclusief de sector zelf. Men is daarom de afgelopen tijd ook hard aan de slag gegaan om het opzetten van de officiële controle & handhaving verder te brengen. In de tussentijd voert de CVO zelf controles uit (meer informatie) op de naleving van de voorwaarden in de ontheffingen. De voorlopige resultaten hiervan hebben we gedeeld met het assessment team tijdens de site-visit en waren eenduidig: alle 40 gecontroleerde schepen vissen binnen de randvoorwaarden van de derogatie. De CVO gaat door met het uitvoeren van deze controles totdat de officiële controle & handhaving volledig geïmplementeerd is. 

Net als bij andere bodemvisserijen, zal de score op principe 2 (impact) bepalend zijn voor het behalen van het MSC certificaat. Indien de totale score op principe 2 onvoldoende is om MSC te behalen, is dit naar alle waarschijnlijkheid gebaseerd op een te kort aan informatie over de impact op de lange termijn, en zeker niet op bewijs van een negatieve impact. De pulsvisserij is een nieuwe visserij en heeft nog niet de kans gehad om te bewijzen dat de lange-termijn effecten hiervan beperkt zijn. Simpelweg omdat de visserij nog niet zo lang plaatsvindt. Er is echter ook geen bewijs voor een significant negatieve impact en er is een hoop informatie wel beschikbaar over de puls; vangstsamenstelling, visserijverspreiding, effecten op kabeljauw, effecten op bodemdieren en bodem, effecten op schar, brandstofbesparing,  etc.). Het evenwicht tussen al deze zaken zal uitmaken of de score op principe 2 voldoende is of niet.

De komende maanden zal het assessment team de informatie verder uitwerken en de scores uitdelen. De CVO zal de eerste zijn die het concept rapport onder ogen krijgt. Op dat moment zullen we ook weten hoe we er voor staan. Wanneer de scores voldoende zijn, volgen er nog een aantal stappen in het MSC proces die hier verandering in aan kunnen brengen (bijvoorbeeld stakeholderconsultaties en bezwaarprocedures) voordat het certificaat kan worden uitgereikt.

Een overzicht van alle beschikbare informatie over de pulsvisserij is te vinden op www.pulsefishing.eu

Verhogen heffing tong tbv MSC puls


10-7

De heffing op tong ten behoeve van het MSC traject voor puls gaat per 29 juli 2015 omhoog van € 0,01 naar € 0,02 per kg aangelande tong. Afgelopen woensdag 8 juli hebben de PO’s die verenigd zijn in de CVO hier unaniem voor gestemd. Deze verhoging is noodzakelijk om de kosten te financieren die voortvloeien uit het MSC traject en de aanvullende onderzoeken die nodig zijn om de duurzaamheid van het pulstuig aan te tonen. Het is een investering in de toekomst en daarvoor wordt momenteel veel werk verzet om een algemene ontheffing en certificering met MSC mogelijk te maken. De heffing van € 0,02 gaat om een bruto bedrag, netto bedraagt dit € 0,016 per kg. De heffing geldt alleen voor de kotters met een pulsontheffing en zal via de afslagen geïnd ten behoeve van de CVO.

Verhogen overleving haaien en roggen


16-6

Vanaf maart 2015 is een deel van de pulsvloot gestart met een zogeheten ETP registratie. ETP staat voor ‘endangered, threatened or protected species’ oftewel kwetsbare soorten. Er is gestart met een lijst van 16 soorten, waaronder 6 haaiensoorten en 5 roggensoorten. Het doel van de registratie is om inzichtelijk te maken wat de interacties zijn van de pulsvloot met deze soorten. Het verzamelen en publiceren van deze gegevens is erg belangrijk om de kans op het behalen van het MSC certificaat voor puls te vergroten.

Naast het verzamelen van de informatie over vangsten, is het ook van belang dat er zo veel mogelijk wordt getracht de overlevingskansen van deze kwetsbare soorten te verhogen. Zo is het belangrijk dat de gevangen haaien en roggen, wanneer ze niet worden aangeland, zo spoedig mogelijk gecontroleerd terug gezet worden. Er wordt aangenomen dat haaien en roggen, mits goed behandeld aan boord, een goede kans hebben om na vangst weer verder te leven. Deze overlevingskansen kunnen worden verhoogd wanneer de haaien en roggen snel uit de vangst worden gehaald en voorzichtig terug gezet worden in zee. Daarbij is het belangrijk de haaien en/of roggen niet aan de staart vast te houden.

Voor de diverse soorten haaien en roggen in de Noordzee gelden verschillende regels. Deze regels (bijvoorbeeld een terugzetverplichting) staan aangegeven op de haaien en roggen zoekkaart uit 2012. Binnenkort wordt er een update uitgebracht van deze kaart, waar ook actuele status van deze soorten staat aangegeven. Tezamen met deze kaart zullen ook verdere maatregelen ter verhoging van de overleving van kwetsbare soorten worden verspreid.

Voor meer informatie over de ETP-registratie van de pulsvisserij klik hier.

Start MSC puls


26-3

Start MSC traject voor de pulsvisserij op tong en schol


Emmeloord, 26 maart 2015 – 
De Coöperatieve Visserij Organisatie (CVO) start op 26 maart 2015 een MSC traject (Marine Stewardship Council) voor de pulsvisserij op tong en schol. De CVO hecht er waarde aan de pulsvisserij te laten beoordelen binnen het sterke en onafhankelijke certificeringsprogramma van MSC, net zoals is gebeurd voor haar reeds gecertificeerde twinrig- en flyshootvisserij. Met het starten van dit traject is de CVO ervan overtuigd een grote stap voorwaarts te zetten in de verdere verduurzaming van de Nederlandse aanvoersector.

Binnen het MSC traject zullen alle bij de CVO aangesloten Nederlandse pulsvissers participeren; dit zijn 84 schepen onder Nederlandse en 8 schepen onder Duitse en Engelse vlag. Binnen een periode van 12 tot 18 maanden wordt door een onafhankelijk beoordelingsteam (Acoura Marine, voorheen bekend als Food Certification International) alle informatie over de pulsvisserij verzameld die nodig is om een oordeel te geven over de volgende drie onderwerpen: 1) de gezondheid van de visbestanden tong en schol, 2) de impact van het vistuig op het mariene ecosysteem en 3) het management van de visserij. “De pulsvisserij brengt een hoop ecologische voordelen en we hebben daarom vertrouwen in een positieve uitkomst van de MSC beoordeling. Als blijkt dat op bepaalde punten extra inzet kan worden gepleegd, zal CVO dat samen met haar pulsvissers oppakken.”, aldus Mark Goedhart, voorzitter van de CVO. Het proces verloopt geheel transparant en stakeholders kunnen hun interesse kenbaar maken om hieraan bij te dragen.

De pulstechniek is een relatief nieuwe vorm van visserij waarbij korte tijd een beperkt elektrisch veld op de zeebodem wordt opgewekt, om platvis zoals tong en schol uit de bodem op te schrikken. Deze techniek kenmerkt zich door een lagere impact op het bodemleven, minder discards en een lager brandstofverbruik dan de traditionele boomkorvisserij. Dit blijkt ook uit het onderzoek dat de afgelopen jaren is uitgevoerd naar de effecten van het vistuig, en waarbij de sector heeft samengewerkt met onderzoeksinstituten IMARES, het LEI en het Belgische ILVO. De resultaten van deze onderzoeken zijn terug te vinden op de website www.pulsefishing.eu. Naast de reeds beschikbare kennis wordt er op dit moment een grootschalig onderzoeksprogramma uitgewerkt, waarin de nadruk ligt op het inzichtelijk maken van de (ecologische) impact van een volledige transitie naar de pulskor.

Elektrisch vissen is vanuit de EU vooralsnog niet toegestaan (verordening Nr. 850-98), maar vanwege de positieve onderzoeksresultaten van de afgelopen jaren worden hier sinds 2007 ontheffingen op verleend. Deze ontheffingen worden grotendeels gebruikt voor de visserij op platvis en op beperkte schaal voor garnalen. De garnalenpuls valt buiten deze MSC beoordeling.

Reeds in 2011 heeft de CVO pulsvisserij een vertrouwelijke beoordeling doorlopen tegen MSC standaard 1.3, om inzichtelijk te maken op welke punten extra informatie en inzet nodig was. De verdere voorbereidingen op het doorlopen van een volledige MSC beoordeling zijn gebaseerd geweest op de resultaten van deze vertrouwelijke beoordeling. CVO heeft er voor gekozen deze lijn voort te zetten en de pulsvisserij te laten beoordelen volgens dezelfde standaard (versie 1.3). Op 1 april 2015 wordt versie 2.0 van de MSC standaard voor alle nieuwe visserijen van kracht. De CVO pulsvisserij zal, indien het certificaat wordt behaald, volgens de regels van MSC vanzelf in de nieuwe standaard mee gaan draaien.

Meer informatie:

Informatie over MSC twinrig in 2015


3-2

Eind januari is er een brief verstuurd naar alle deelnemers van het MSC twinrig, outrig en flyshoot certificaat met de informatie over 2015. Hier de belangrijkste informatie nogmaals op een rijtje:

  • Het basisbedrag voor deelname in 2015 bedraagt €250,- (excl. BTW). De facturen voor deze bedragen zullen half maart 2015 aan u worden verzonden.
  • Heffing voor 2015 bedraagt €0,01 per kg schol verkocht als MSC. Voor schol die aangeland is als MSC, maar niet is verkocht is als MSC geldt de heffing niet.
  • De heffing wordt ingehouden vanaf 1 januari 2015. Halverwege 2015 wordt bekeken of de heffing eventueel kan worden bijgesteld.
  • De heffing van €0,01 is inclusief 21% BTW, dus u kunt hier BTW over terug vragen. In 2015 zult per kwartaal een BTW-factuur van de CVO ontvangen.
  • De toeslag (voor de handel) van €0,10 per kg schol verkocht als MSC blijft gehandhaafd.
  • Indien u niet meer wenst deel te nemen aan het MSC certificaat voor twinrig, outrig en flyshoot in 2015 kunt u dit schriftelijk doorgeven tot uiterlijk 23 februari 2015 op het volgende adres: Coöperatieve Visserij Organisatie, t.a.v MSC twinrig, Postbus 64, 8300 AB Emmeloord
  • Er wordt geen opzegtermijn in acht genomen. Opzeggen voor 23 februari 2015 betekent dat u geen deelnemer meer bent na 23 februari 2015. Na deze datum kunt u geen MSC schol meer verkopen onder het certificaat van de CVO en zal er ook geen heffing meer worden ingehouden.

 

De volledige brief kunt u hier nalezen.

Onderzoek aantonen overleving van start op GO31


28-11

28-11-2014

Met de nieuwe EU aanlandplicht wordt internationaal de verplichting opgelegd dat een deel van de ondermaatse vis aan land moet worden gebracht. Een mogelijke uitzondering hierop zijn de soorten die -wetenschappelijk bewezen- een hoge overlevingskans hebben, nadat ze in zee zijn teruggegooid. Deze overlevingskansen moeten per soort en per visserijtechniek worden bepaald en kunnen worden opgenomen in het discardsplan, welke door de lidstaten rondom de Noordzee moet worden vastgesteld. Wat er onder een hoge overlevingskans wordt verstaan is nog niet bepaald.

In het verleden is al onderzoek gedaan naar de overleving van bijvangsten. Echter, de toen gebruikte methode is inmiddels verouderd, en de resultaten zijn daardoor niet meer representatief voor de huidige visserij. Halverwege 2014 is de CVO daarom begonnen met twee belangrijke projecten betreffende onderzoek naar de overleving van discards en het verbeteren van die overleving. Deze projecten worden ondersteund door het Europees Visserijfonds: Investeren in een duurzame visserij.

In project één wordt feitelijk onderzoek gedaan naar de overleving van discards zoals die nu is bij de verschillende vistechnieken en visgebieden. In project twee wordt gezocht naar aanpassingen in de verwerkingslijn die kunnen leiden tot een verdere verbetering in de overleving van discards.

De afgelopen maanden is er hard gewerkt door de verschillende projectpartners om de experimentele onderzoekreizen op zee tot in detail voor te bereiden. De eerste grote uitdaging hierbij was om een onderzoekaanpak vast te stellen, die wetenschappelijk verantwoord, internationaal afgestemd en praktisch toepasbaar is. Overlevingsonderzoek wordt niet alleen in Nederland uitgevoerd, maar ook andere landen zijn hier mee aan de slag gegaan. Wetenschappers hebben daarom het initiatief genomen om internationale richtlijnen op te zetten voor het doen van deze experimenten. Hierdoor kunnen resultaten tussen de verschillende landen en visserijen beter met elkaar worden vergeleken én zal er geen discussie achteraf meer plaatsvinden over de juistheid van het protocol. De komende week wordt in Kopenhagen daarover bij ICES verder overlegd. Vanuit Nederland zijn een aantal onderzoekers van Imares en Inger Wilms van de CVO daarbij aanwezig.

In het project is gekozen om gebruik te maken van een combinatie van twee methoden van meten van overleving. Daarbij kunnen we hopelijk in de nabije toekomst een groot aantal vissen doormeten. Enerzijds worden de discards na de vangst aan boord gehouden in een opvanginstallatie met waterbakken, waarbij sterfte wordt bekeken over een periode lang genoeg om een wetenschappelijk verantwoorde uitspraak te doen over overleving. De vissen worden in eerste instantie aan boord gemonitord en aan het einde van de visreis overgebracht naar IMARES te Yerseke. Hier wordt de overleving nog langer bijgehouden in het laboratorium. Anderzijds wordt er ook gekeken naar de reflexen en vitaliteit van de vis direct na de vangst. Het doel hier van is om de aan- of afwezigheid van reflexen te relateren aan sterfte, zodat we op termijn ook gegevens over sterfte kunnen verkrijgen door alleen reflexen te testen. Dit gaat snel en vraagt geen opslagruimte voor levende vis aan boord.

Naast het opzetten van een goede onderzoeksmethode, is er veel aandacht besteed aan het bouwen van een wetenschappelijk verantwoorde opvanginstallatie voor levende vis. Deze opvanginstallatie dient er voor om de discards na de vangst in te bewaren aan boord en te monitoren. In nauwe samenwerking met IMARES en ILVO is door Maaskant Shipyards een opvanginstallatie ontworpen die zo goed mogelijk de natuurlijke omgeving van de vis nabootst, maar vooral ook praktisch hanteerbaar is. In het ontwerp wordt de watertoevoer voor iedere bak apart verzorgd en hebben de bakken een kleur gekregen die vis geen onnodige stress geef. De bakken zijn geplaatst in een soort laden die onafhankelijk van elkaar kunnen worden bekeken zodat de vis niet onnodig wordt gestoord. Tevens is gedacht aan geluids- en temperatuurisolatie en zijn de afmetingen geoptimaliseerd met het oog op plaatsing onder de bak van een schip. De opstelling is uitvoerig getest in het laboratorium van IMARES met kweektong en gevangen tong, schol en schar. Deze bleven goed in leven.

Om eventuele effecten van het houden van de vis in de proefsopstelling in kaart te brengen, moeten we tijdens het onderzoek ook gebruik maken van controle-vis. Dit is een gangbare internationaal erkende werkwijze en deze vis moet gezonde, ondermaatse vis zijn, die enkele weken eerder is gevangen en levend aan land is gebracht. Na monitoring in het lab op eventuele sterfte, wordt de gezonde vis vervolgens meegenomen tijdens een onderzoekreis aan boord. Wanneer er sterfte in de controle vis wordt aangetroffen tijdens het onderzoek, kan dat te wijten zijn aan de opvang of de werkwijzen. Hiermee kunnen we de sterfte in de vis discards in het juiste perspectief zetten. De controlevis is een aantal weken eerder gevangen door de OD2 met korte trekken en liet een goede overleving zien.

Afgelopen week zijn waarnemers van IMARES voor het eerst mee geweest op de GO31 om het protocol en de proefopstelling te testen. Om vis individueel te kunnen volgen zijn er kleine merken (zgn. ‘pit tags’) onderhuids geplaatst, met een nummer dat kan worden uitgelezen en opgeslagen. Het individueel merken van de vis maakt het mogelijk om de vis dan toch te kunnen onderscheiden. Volgende week zal de overleving verder worden gevolgd en gekeken hoe deze in de tijd verloopt. De resultaten zullen over een aantal weken beschikbaar komen en zullen iets zeggen over de overleving van vis in die specifieke week en vangsttechniek.

De komende tijd zullen we meerdere onderzoekreizen gaan uitvoeren, zodat we een goed beeld krijgen van de overleving van discards van tong, schol en schar in verschillende perioden bij diverse vangst- en verwerkingstechnieken. Naar aanleiding van de testen in de eerste onderzoekweek zullen waarschijnlijk het protocol en de opvanginstallatie nog verder bijgesteld worden.

Volgens een van de opvarenden zijn de eerste indrukken met de nieuwe werkwijze positief. ‘Het viel niet tegen, maar in de werkwijze aan boord valt nog veel te verbeteren om de overlevingskansen te vergroten’, aldus de opvarende.