Sectorale en ketenintegrale aanpak langoustines

Beschrijving project
Hoe kunnen we door verbetering van netten de bijvangsten in de langoustinevisserij verminderen?

Uit de eerste onderzoeken blijkt dat het behalen van grote discardvermindering door netinnovatie in de langoustinevisserij vooralsnog niet realistisch is. De specifieke vorm van de langoustine – lang en dun – zorgt voor beperkingen bij het aanpassen van de maaswijdte, waardoor bijvangst van schol en schar bijna niet te vermijden is. Uit literatuuronderzoek blijkt dat vanwege de beperkte opslagcapaciteit aan boord (kleine schepen), er geen toekomst is voor de langoustinevisserij als alle discards moeten worden aangeland. De schepen kunnen dan doorgaans nog maar twee tot drie dagen vissen, waarna ze terug moeten naar de haven om te lossen. Dat is extra lastig omdat voor deze soort meestal wordt gevist in gebieden die ver uit de kust liggen. Ondanks dat de eerste resultaten tegenvallen, zetten we de komende tijd opnieuw in op het testen van aangepaste netten. Daarbij zoeken we vooral aansluiting bij Schotland, een land met een relatief grote ‘kreeftjesvloot’. Daarnaast brengt dit project voor de langoustinevisserij in kaart wat de economische impact is van het aan boord houden van discards.

Looptijd project:
1 april 2014 – 31 december 2015

Hoofdaanvrager:
CVO

Projectpartners:
Projectpartners zijn CIV den Oever, Jaap Vlaming, VCU, Oromar, Subsidiebureau Raad & Daad, PO Wieringen en Visveiling Urk. De deelnemende kotters zijn GO 58, WR 189, WR 18, WR 108, WR 274 en UK 210. Het project wordt wetenschappelijk begeleid door IMARES.

Financiering:
Dit project wordt financieel mede mogelijk gemaakt door het Europees Visserij Fonds (EVF).

Eindrapport:
In 2015 verscheen het eindrapport ‘Langoustines net innovatie IMARES‘.

Europees Visserijfonds: Investering in duurzame visserij

Europees Visserijfonds: Investering in duurzame visserij

 

 

 

 

 

 

Contact:
Paulien Prent (pmprent@vissersbond.nl)